browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

Geschiedenis van Floradorp

Posted by on 9 december 2016
Luchtfoto van De Rimboe

Sommige mensen hebben er nogal moeite mee het beestje bij zijn naam te noemen. Zo noemden de bewoners in de tijd dat ik er woonde, ons buurtje met trots De Rimboe. Natuurlijk wisten we dat het officieel Floradorp heette. Helaas wordt tegenwoordig deze geuzennaam verloochend en wordt angstvallig gezegd: ik ben geboren en opgegroeid in Floradorp.

Zo ook Wil Swart helaas, getuige de zin ”Het gebeurt nog steeds dat iemand luidkeels roept, wanneer zij horen waar ik geboren ben: “Oh, kom je uit de Rimboe!!!!???” uit dit artikel. (overigens niets dan lof over het artikel)
Wie is Wil (Wilhelmina?) Swart. Wil is net als ik geboren in De Rimboe. Ik in de Dotterbloemstraat, zij in de Korenbloemstraat, 2 straten verderop. Ik ben geboren in 1946, Wil in 1947. We moeten elkaar als kind dus gekend en met elkaar gespeeld hebben. Dat schept ergens een band voor het latere leven. Ik heb geen idee of ze mij of een ander familielid nog herinnerd.
Een andere band is dat ik enige jaren in de Rivierenbuurt heb gewoond, nog wel gelijktijdig met Wil, maar Wil woont er nog steeds en ik ben alweer 3 keer verhuisd en ik vermoed dat dit niet mijn laatste woonadres is.
Het verhaal wordt nog sterker. In de Rivierenbuurt was ik lid van de SP en op de ledenlijst stond ook ene Wil Swart. Jawel, dezelfde.
Wil heeft 3 boeken en meerdere artikelen geschreven over Amsterdam Noord en De Rimboe en ook nog eens artikel: ‘De geschiedenis van de Rivierenbuurt’ Doordat ze volledig inzicht heeft mogen krijgen in het gemeentearchief zijn het uitstekend gedocumenteerde artikelen geworden.
Boek wil swart.jpg
DEMPING VAN DE BUIKSLOTERHAM  
In 1848 kwamen arbeiders in West-Europa in opstand tegen hun armoedig bestaan. Op verschillende plaatsen braken opstandjes uit. In Nederland waren slechts hier en daar enige schermutselingen, maar Koning Willem II sliep toch minder ontspannen dan normaal en besloot eventuele problemen vóór te zijn. In het kader van de werkverschaffing liet hij de Buiksloterham dempen, want dat zou, naar zijn idee de arbeiders van straat houden. Enige jaren later was de Buiksloterhampolder ontstaan. Hier en daar startte iemand een boerenbedrijfje, maar verder bleef de polder leeg.
Ruim 50 jaar na de demping (1903) verscheen een rapport omtrent plannen voor het grote lege gebied aan de noordzijde van het IJ. De polder zou voornamelijk worden bestemd voor industrie, omdat men wegens gevaar voor de omwonende fabrieken uit de stadswijken wilde bannen. Hier en daar zou een dorp worden gesticht voor de arbeiders van de toekomstige werkplaatsen. Op de plek waar Floradorp nu ligt, situeerde de commissie een villawijk voor de fabrieksdirecteuren. Rondom de wijk zou een parkje worden aangelegd en de commissie was grootmoedig van mening dat dit groen ook voor de arbeiders gebruikt zou mogen worden. Het idee was leuk, maar de paar directeuren die in de jaren`10 een stulpje in Noord lieten bouwen kozen voor de Meeuwenlaan.
PLANNEN.
De Woningnood rond de eeuwwisseling was enorm en dit dwong de bestuurders van Amsterdam om van het plan van de commissie af te stappen. In Noord werden vele woonwijken gesticht. De mensen die de overstap, of liever overtocht waagden, waren ruwweg in twee groepen te verdelen: De geschoolde –en de ongeschoolde arbeiders.
De eerste groep vond een woning bij een woningbouwvereniging of in de Van der Pekbuurt. De andere groep kreeg een gemeentewoning toegewezen, omdat de verenigingswoningen boven hun budget lagen. De grond waarop Floradorp staat is lang onbebouwd gebleven. In 1921 waren er vage plannen om er een dorp te stichten voor zowel arbeiders als de betere klasse, maar ook van dit plan kwam niets terecht. In 1925 nodigde de gemeenteraad burgemeester en wethouders uit met een voorstel te komen voor de bouw van 1500 woningen. Een deel van deze woningen zou worden gesticht in het noordelijke deel van de Buiksloterham. In juli 1926 vroegen burgemeester en wethouders daartoe een voorschot aan de regering en in datzelfde jaar werd het terrein bouwrijp gemaakt. De woningen waren voornamelijk bestemd voor arbeiders, die uit hun onbewoonbaarverklaarde woningen dienden te vertrekken. Dit waren meestal grote, arme gezinnen. De particuliere huiseigenaren voelden er niets voor om deze groep te huisvesten, omdat zij vreesden dat dergelijke gezinnen niet in staat waren om een huis netjes te bewonen.
SOBERHEID TROEF
De voorbereiding en het bebouwingsplan (ontwerp van architect H.H. Mulder) waren in 1927 gereed. Het plan behelsde de bouw van een tuindorp van 621 eengezinswoningen, dat Tuindorp Buiksloterham zou worden genoemd. Helaas was de regering in 1921 tot de (verkeerde) conclusie gekomen dat de woningnood voorbij was. Zij had alleen nog geld over om arbeiders uit krottenwijken te herhuisvesten
jonkerstraat.jpg
Een van de krottenwijken
De gemeenten kregen echter opdracht om de benodigde woningen zo sober mogelijk te bouwen. Er was dus geen sprake meer van versieringen, zoals de architect van de Amsterdamse school elders in Noord aan hadden gebracht. De directeur van de Gemeentelijke Woningdienst (Arie Keppler) was bereid het Rijk haar zin te geven, maar hij wilde persé dat ook de arbeiders van Tuindorp Buiksloterham een tuintje voor en achter kregen. Aangezien de regering niet bereid was om daar geld in te steken, betaalde de gemeente dit uit eigen zak.
gemeente-belastingen5.gif
Nou ja, uit Eigen zak?
De woningen zouden worden gebouwd volgens het “jukkenstelsel”. Dit wil zeggen dat eerst een houten geraamte werd neergezet, waar vervolgens de muren tegenaan werden gebouwd. Keppler wilde woningen bouwen voor elke bevolkingsgroep en daarom liet hij een complex bejaardenwoningen midden in het dorp zetten. De een meent dat dit complex eveneens van Mulder is en volgens een ander is het een ontwerp van Dick Greiner. Bij een speurtocht in de woningbouwprojecten van laatstgenoemde architect vond ik wel de ontwerpen voor een gedeelte van de bloemenbuurt, maar niet die voor het Binnenhof.
binnenhof_plattegrond.jpg
Bouwplan van het Binnenhof
DE BOUW
De bouw van Tuindorp Buiksloterham stuitte op protesten bij de bewoners van het complex woningen van Zomers Buiten aan de andere kant van de Sneeuwbalstraat. Daar woonden sinds begin jaren twintig in alle rust de (meestal) geschoolde arbeiders. Zij vreesden dat de buurt “achteruit” zou gaan nu er een stel minderdraagkrachtige arbeiders in de buurt kwamen. Hun protesten waren echter tevergeefs. De bouw van Tuindorp Buiksloterham liep enige vertraging op vanwege arbeidsconflicten tussen de bouwvakkers en de aannemers. Desondanks werden de eerste 183 woningen al in 1928 opgeleverd en betrokken door arbeidersgezinnen, waarvan de meeste uit het houten nooddorp Obelt kwamen (dit dorp stond op het huidige Shellterrein). Een jaar later was Floradorp voltooid en de woningenwerden alle gelijk betrokken.
DE BEWONERS
Keppler, die de zaken destijds nauwkeurig noteerde, maakte in 1930 een overzicht van de eerste bewoners. Dit geeft ons een beeld waar de eerste Floradorpers vandaan kwamen en hoe groot de gezinssamenstelling was:
144 uit onbewoonbaarverklaarde woningen
14 uit onteigende woningen
72 uit slechte woningen
202 uit overvulde woningen
123 uit het nooddorp Obelt
20 uit Asterdorp
6 van een woonschip
22 waren inwonend
1 pasgehuwd
1 van buiten Amsterdam
1 ambtenaar (De opa van Wim Dam)
Floradorp was een kinderrijk dorp. Er waren:
14 echtparen met 1 kind
5 echtparen met 2 kinderen
90 echtparen met 3 kinderen
86 echtparen met 4 kinderen
89 echtparen met 5 kinderen
60 echtparen met 6 kinderen
52 echtparen met 7 kinderen
45 echtparen met 8 kinderen
15 echtparen met 9 kinderen
14 echtparen met10 kinderen
6 echtparen met11 kinderen
1 echtpaar met 12 kinderen
1 echtpaar met 13 kinderen
1 echtpaar met 14 kinderen
groot gezin.jpg
Zo’n groot gezin kwam niet veel voor, hoor.
CULTUURVERSCHIL
Vanaf het begin hadden de bewoners van Floradorp, evenals die van Tuindorp Buiksloot een paar jaar later, een slechte reputatie in Noord. Het gezegde “onbekend maakt onbemind” was ook hier van toepassing. De geschoolde arbeiders van verenigingswoningen, die op dezelfde manier trachtten te leven als de middenstanders, hadden de waarden en normen die bij deze klasse behoorden overgenomen. Voor hun ongeschoolde medeburgers die zij ervaarden als een stel barbaren, hadden zij geen goed woord over. De “barbaren” daarentegen begrepen niet hoe je als arbeider zo naast je schoenen kon lopen van verwaandheid. In hun kringen was “doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg” een wijs gezegde. Vanwege het grote cultuurverschil stonden beide bevolkingsgroepen met minachting en onbegrip tegenover elkaar. Tussen de Floradorpers (zoals ik ze maar zal noemen) onderling braken soms hevige twisten uit, maar wanneer buitenstaanders zich ermee bemoeiden trokken zij altijd één lijn en vielen elkaar niet af. De jeugd, waarvoor men tegenwoordig de mooie term “kansarme jongeren” heeft bedacht, ging uit verveling de straat op en bracht daar hun tijd naar eigen goeddunken door. Soms zeer tot ongenoegen van hun eigen en andere ouders.
ONDERHOUD
Het is een feit dat de Woningdienst vroeger een strengere huisbaas was dan tegenwoordig. De dienst hield met straffe hand toezicht op de bewoners in verband met onderhoud van de tuinen en dergelijke. Maar zij verlangde niet alleen netheid van de haar bewoners, maar droeg zelf ook haar steentje bij om de woningen in redelijk staat te houden Er was een spaarpotje voor onderhoud, waar jaarlijks ƒ 41,50 per woning werd ingestopt. Van dit geld werden met regelmaar de volgende onderhoudsverplichtingen verricht: Schilderen van binnen- en buitenwerk; behangen; witten; schoorsteen vegen; dakgoten schoonmaken; beplanting behouden en heggen snoeien. Tevens bood de Woningdienst ook bij de volgende ongemakken de helpende hand; riolering onstoppen; schoorsteenbranden blussen; rattenbestrijding; ontsmetten van wandluizen en gebroken ruiten vervangen. Verder konden gezinnen die meestal uit een éénkamerwoning kwamen, via de Woningdienst een ledikant en dekens huren door middel van een kleine bijdrage in de huur.
HET BINNENHOF
Midden in het dorp stond een aantal bejaardenwoningen dat er echter geheel anders uitzag dan het huidige complex. De huizen hadden allemaal een puntdak en sommige gedeelten stonden niet op één rij, maar per twee naar voren of achteren geplaatst, waarbij de voorgevels aansloten bij de hoeken van de achtergevel van het huis dat ervoor stond. Bovendien was het binnenterrein niet gesloten, zoals in de huidige situatie, maar bereikbaar via een straatje. Er stonden 73 woningen, waarvan één dienst deed als kantoortje voor een speeltuinvereniging.
Binnenhof_1929_1944.jpg
Het oorspronkelijke Binnenhof
In 1930 woonden er 101 personen in de leeftijd tussen de 45 en 85 jaar. De huur voor een boven- en benedenwoning bedroeg respectievelijk ƒ 3,00 en ƒ 3,25 gulden. Tussen het inkomen van de bewoners was een groot verschil en varieerde van ƒ 6,00 tot ƒ 20,00 gulden.
De opzichters van Floradorp besteedde extra aandacht aan de bejaarden aan het Binnenhof. Zij hielp hen wanneer er problemen waren en verwees hen, indien nodig naar maatschappelijke instanties voor verdere hulp. Tijdens de zomer werden er door de Woningdienst uitstapjes georganiseerd: “Op deze wijze wordt getracht den bewoners op hun levensavond nog enige vreugde, die het vroeger immers maar al te vaak ontbroken heeft, te verschaffen”, aldus Keppler. Vroeger ging men van het standpunt uit dat bejaarden niet veel woon- en leefruimte nodig hadden en zodoende waren de kamers klein van afmeting. Vrijwel alle woningen bestonden, uit één – tweegezinshuisjes, waarvan de laatste geen aparte keuken hadden, maar een kooknis in de kamer, die tegenwoordig met veel flair een “open keuken” wordt genoemd.
Een leuke anekdote is, dat de Woningdienst in de tweegezinshuisjes, in de boven- en benedenverdieping een vrije man of vrouw had geplaatst, waardoor zij door sommigen op een schertsende manier van huwelijksmakelarij werd beschuldigd. De bewoners van het Binnenhof waren blij met hun woning. Er werd niet veel verhuis; de mutaties die ontstonden waren meestal het gevolg van een sterfgeval.
OORLOG
In juli 1943 gooiden de geallieerden per abuis een groot aantal bommen op woonwijken in Noord. De Van der Pekstraat werd zwaar getroffen en de schrik van de bewoners zat er goed in. In dat jaar verhuisde men massaal naar de overkant van het IJ. Vanuit de Van der Pekstraat vertrokken maar liefst 602 van de 1308 gezinnen. In Floradorp waren dat er 75 (mijn ouders zo “dapper” om juist in dat jaar in Floradorp te komen wonen. Er stonden immers genoeg woningen leeg). Ook de jaren daarna bleven de bewoners op hun hoede en voelden zich niet veilig. In 1944 verlieten 73 gezinnen het dorp en in 1945 waren dat er zelfs 103. Zodra de oorlog voorbij was, nam de verhuiswoede af. De eerste 3 jaar na de bezetting vertrokken er respectievelijk 9 en 20 gezinnen.
binnenhof_1944.jpg
Gevolgen van het bombardement
      Per abuis Wil? De moffen wilden de Fokkerfabriek bombarderen wordt ons verteld. Denk je echt dat ze het verschil niet zagen tussen een fabriek en een woonwijk?
In die tijd wisten we nog wie onze echte bevrijders waren.
BRANDSTOFFENSCHAARSTE
De Duitsers stopten in 1944 de brandstoftoevoer en de bevolking van boven de grote rivieren moesten maar zien hoe zij hun huis verwarmde. Bovendien was er voedselschaarste en daardoor was men min of meer gedwongen de meest vreemde organische voorwerpen te consumeren. Mening viervoeter is in die tijd van de straat verdwenen.
Creatief als Amsterdammers zijn, vonden zij mogelijkheden om hun kacheltje brandend te houden. In Noord bijvoorbeeld, werden vele bomen gekapt en toen dat te riskant werd vanwege het strengere toezicht, richtten de bewoners de blik naar binnen (letterlijk). In vele woningen verdween alles wat brandbaar was in het noodkacheltje. Daarbij beperkte men zich niet tot de eigen woning, maar ontdekte dat ook woningen die verlaten of door de oorlog beschadigd waren, veel brandbaar materiaal bevatten. De Woningdienst had weinig begrip voor de overlevingsdrang van haar bewoners. In het jaarverslag van 1943 noteerde de Dienst: ” De behoeft aan brandstof bij de bewoners en de toenemende baldadigheid zijn van invloed op het aantal noodzakelijke herstellingen. Vooral in Tuindorp-Buiksloterham hebben de baldadigheid en de vernielzucht van de jeugd onrustbare afmetingen aangenomen met het gevolg, dat hekken en andere van hout vervaardigde onderdelen, zowel in als buiten de woningen werden gesloopt waarschijnlijk om dienst te doen als brandstof. Bovendien werden daar veel ruiten gebroken. Het ontbreken van voldoende toezicht en leiding heeft deze toestand in de hand gewerkt”.
SCHADECLAIMS
Na de oorlog maakte de Woningdienst de schade op. Er waren tijdens de bezetting bijna 5000 woningen onbruikbaar geworden. De materiële schade bedroeg tussen de ƒ 600.000,– en ƒ 700.000,– gulden. Bovendien derfde de Woningdienst jaarlijks een inkomen van ƒ 202.206,46 gulden aan huren. Ambtenaren van de Woningdienst kwamen op bezoek. Niet om te zien hoe de bewoners de barre afgelopen vijf jaren hadden doorstaan, mar om te onderzoeken in wat voor staat de woningen verkeerden. In Floradorp was dat niet best: 29 woningen waren van brandbare onderdelen ontdaan en in het Binnenhof waren nog maar 13 van de 73 bejaardenwoningen voor bewoning geschikt. De huurders die zich “schuldig” hadden gemaakt aan houtroof in de eigen woning, kregen een navenant gepeperde rekening. Natuurlijk protesteerde men tegen deze maatregel. In de gemeenteraad waren de linkse partijen van mening dat de Woningdienst aangebrachte schade als oorlogsschade diende te beschouwen. Maar daar gingen zowel burgemeester en wethouders, als de regering niet mee akkoord. De gemeenteraad kreeg wel gedaan dat huurders het bedrag wekelijks met een dubbeltje bij de huur mochten aflossen. Van 1946 tot en met 1959 betaalden de bewoners (over geheel Amsterdam) gezamenlijk een bedrag van ƒ 99.264,70 gulden. De rest werd door de Woningdienst kwijtgescholden.Omdat de arbeiders het de eerste jaren na de oorlog ook niet breed hadden, werd het dubbeltje niet altijd spontaan afgedragen. Het jaarverslag van de Woningdienst meldt hier bijna jaarlijks over. “Veel overredingskracht en veel tact werden in deze materie van het toezichthoudend personeel gevergd om, bij herhaling, de huurder aan te sporen met de eenmaal begonnen afbetaling te blijven doorgaan”. In 1946 werd een begin gemaakt met de herbouw van de 29 woningen. Bovendien werden aan het Binnenhof 46 woningen gebouwd waarvan 20 voor de bejaarden waren bestemd. Ook dit ontwerp was van architect J.H. Mulder.
DE HUREN
Voor de oorlog was het niet gebruikelijk om de huren te verhogen wanneer daar niet werkelijk een noodzaak voor was. Maar na de oorlog kwamen er andere bestuurders met andere mentaliteit. Eind jaren veertig stelde men dat de vooroorlogse woningen in verhouding een stuk goedkoper waren dan in de nieuwbouw in de Tuinsteden, die her en der als paddestoelen uit de grond rezen. Het werd tijd om de huren van de vooroorlogse woningen “aan te passen”. Dit betekende een forse huurverhoging voor, onder andere, de gemeentewoningen. Tussen 1950 en 1963 stegen de huren met maar liefst 133%. Daarna werd het iets minder grof, maar toch nog wel op een dermate manier dat met tot op de dag van vandaag een jaarlijkse huurverhoging krijgt. Elke huurder heeft vanwege deze maatregel de stichtingskosten van haar of zijn woning na een bepaald aantal jaren zelf betaald. Een huurverlaging zou dus na een poos meer op z’n plaats zijn.
protest huurverhoging.jpg
Een demonstratie tegen de huurverhogingen
VERANDERINGEN
De Woningdienst kon niet anders doen dan bij deze forse verhogingen ook meer aandacht aan het onderhoud besteden. In de jaren vijftig werden in Floradorp de tuinen opgehoogd, schuurtjes en waslijnen aangebracht, dakpannen vernieuwd enzovoort.
de binnentuinen.jpg
De tuintjes en schuurtjes van een blok woningen. De ene helft van zo’n schuurtje was voor ons, de andere helft voor de buren. Ach, als je weinig geld hebt heb je toch ook geen grote berging nodig? Tissen de schuurtjes liep een laantje. Bij ons kon je vanaf de Campernulastraat hoek Sneeuwbalstraat het laantje in en zo bij ons huis komen
De Woningdienst heette vanaf 1960 Gemeentelijke Dienst Volkshuisvesting en een aantal jaren daarna werden de rayons in de verschillende buurten tot Woningbedrijf omgedoopt. De jaren ’60 waren de jaren van inspraak en ook de bewoners van gemeentewoningen kregen de kans hun zegje te doen. Dit had tot gevolg dat in 1973 de Bewonersraad in het leven werd geroepen.
De doelstellingen van deze raad zijn:
A.
Ten behoeve van alle huurders regelmatig contact onderhouden met het Woningbedrijf in het belang van een goede exploitatie van de woningen en de bedrijfsgebouwen.
B.
Het bespreken van alle gelegenheden, zaken en stukken, die hetzij door de bewonerscommissie, hetzij door de het Woningbedrijf worden gericht aan de raad.
C.
Advies verlenen aan de bewonerscommissie, de commissie van advies inzake het beheer der gemeentewoningen of aan de directeur van de Dienst Volkshuisvesting.
De eerste triomf die de Bewonersraad behaalde was de bouw van doucheruimten voor een aantal bewoners in Floradorp met een medische indicatie. Daarna deed de raad nog vaak van zich horen met onverminderde inzet.
TOT SLOT
Na verloop van tijd werd het een stuk rustiger in Floradorp. De bewoners kregen het financieel breder, hetgeen betekende dat zij, evenals die andere categorie arbeiders, ook hun kinderen na de lagere school een opleiding konden laten volgen. Hierdoor namen zij ongemerkt de sociale normen en waarden aan van de geschoolde arbeiders. Jammer genoeg hebben sommige mensen oogkleppen op en zien zij niet hoe de wereld om hen heen verandert. Het gebeurt nog steeds dat iemand luidkeels roept, wanneer zijn horen waar ik geboren ben: “Oh, kom je uit de Rimboe!!!!???”.
BIJNAMEN
Van de officiële naam Floradorp, Tuindorp, Buiksloterham, zullen maar weinig mensen op de hoogte zijn. Beter bekend in de naam “Rimboe” waarvan de oorsprong niet meer achter halen is, hoewel er verschillende versies zijn. Iemand vertelde mij eens dat deze naam is ontstaan vanwege de uitbundige en hoge begroeiing die was ontstaan, in de tijd dat het terrein braak lag.
Een ander, een vroegere bewoner van Buiksloot, vertelde mij dat de naam is gegeven door de bewoners van zijn dorp en wel om de volgende reden: de huisvrouwen van Buiksloot waren gewend om hun wasgoed te laten drogen in de zon op het stuk grond dat ligt tussen de dijk en het dorp en de “de vallei” werk genoemd. Toen de eerste woningen in Floradorp werden betrokken, werd al snel duidelijk dat het wasgoed daar niet meer veilig lag. De arbeiders uit het nieuwe dorp, die het niet al te breed hadden, zagen wel iets in dat textiel van de dijkbewoners en het ene na het andere stuk linnengoed ging over in de kast van Floradorpers. De bewoners van Buiksloot vonden dat zo ongemanierd, dat zij Floradorp de bijnaam Rimboe gaven.
DE VALLEI
De eerder genoemde vallei is het stuk grond tussen de Buiksloterdijk en de Floraweg. Over de oorsprong van dit gedeelte doen ook diverse verhalen de ronde. Ik ken er drie die ik u niet wil onthouden.
1.
De vallei is ontstaan doordat de Gemeente een kanaal om Noord wilde graven. Zij was daar al mee begonnen tussen de Buiksloterdijk en de Floraweg, maar staakte het project toen.
2.
In de Noord Amsterdammer van 13 april 1955 staat het volgende in gezonden stukje: “Toen in 1914 de gemeente Amsterdam besloot het nog resterende gedeelte van de Buiksloterhampolder ook te doen volspuiten met bagger, was het de gedachte dit ook te doen tot aan de Westelijke Buiksloterdijk. Amsterdam kon het in die tijd niet eens worden over de prijs van de strook tuingrond gelegen aan de berm van de Buiksloterdijk. In plaats van met deze naar verhouding van de waarde van de grond toch niet geheel onredelijke prijs genoegen te nemen liet de gemeente Amsterdam een dijk maken, die wij nu kennen als de Floraweg. Hieruit is de vreemde situatie geschapen die wij nu als “de vallei” kennen. Ook deze versie lijkt mijn niet erg plausibel. Het is inderdaad zo dat het Noord-Westelijke gedeelte van de Buiksloterhampolder bij raadsbesluit van 10-2-1915 als baggerplaats werd aangewezen. Maar van de aanleg van de Floraweg op dat tijdstip, heb ik geen enkel bewijs gevonden. Bovendien is deze weg niet aangegeven op een bestemmingsplan uit 1914 en een plattegrond uit 1925. Ook op een (lucht) foto van ongeveer 1925 is geen spoor van een weg op die plaats te bekennen.
3
De Floraweg werd in 1927 benoemd. De naam verwijst naar de Romeinse goden van de lente en de bloemen. Naar mijn idee is de vallei ontstaan tijdens de aanleg van de Buiksloterhampolder. Er werd immers eerst een dijk aangelegd alvorens men het water van de Buiksloterhamweg kon pompen. De Buiksloterdijk is zoals bekend een onderdeel van de oude Waterlandse Zeedijk. Toen er even verderop opnieuw een dijk werd aangelegd lager er dus twee dijken tegenover elkaar, met daartussen een soort vallei. Bovendien is Buiksloot tot 1921 een zelfstandige gemeente geweest en de vallei behoorde niet tot het grondgebied van Amsterdam.

Comments are closed.