browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

Tekst (wijlen) C.J. Pruijs, Het Koeienland

Posted by on 3 september 2015

De uitlaatklep van het Floradorp;

2015-sept (8)

Vertrek van de Tolhuispont v.d. E.N.T.O.S

2015-sept (10)

Waar zich nu de oude Sheltoren bevindt was een politiebureau.
Daarachter bevond zich het terrein van de ENTOS oftewel de Eerste  Nederlandse Tentoonstelling op Scheepvaartgebied. Het werd ook wel het ELTA-terrein genoemd vanwege de Eerste Luchtvaart Tentoonstelling Amsterdam. Aan het einde van dit Entosterrein was een sintelbaan voor wielrijders, waarop in de twintiger jaren fel gestreden werd.

2015-sept (9)

DUS IN DE HANDEL
Mijn vader wou mij alsmaar wijzer maken als handelsman en daar had hij wat op gevonden,
Geholpen door zijn jongere zusters stond ik als zevenjarige Kwatta-repen te verkopen, iets wat ik toch wel leuk vond.
Er was toen nog geen kanaal rondom het kanaal gegraven; dat kwam pas toen de Shell er gevestigd werd.
Zo ging ik met grote regelmaat met de pont heen en weer, vooral nadat mijn moeders broer in de jaren twintig naar Tuindorp Oostzaan was verhuisd.
Vanaf het Beursplein werd je voor

Een dubbeltje met de bus daarheen vervoerd, dus ik bracht het weekend er nogal eens door. Ja, toen was ik toch meer Noordeling dan stadsmens, vooral toen de Jonker-Ridderstraten gesaneerd werden en wij de sigarenwinkel uitmoesten.
De onderhandelingen met de Gemeente Amsterdam verliepen slecht, want de sigaren winkel sluiten betekende onherroepelijk verlies aan inkomsten. Chrispijn, een Jeneverzaak kreeg duizenden guldens omdat hij zijn winkel moest opgeven; mijn vader kreeg als vergoeding een bakfiets zodat hij daarmee kon venten en zijn brood verdienen.
Mijn vader had de grootste ruzie met de heer Keppler, de toenmalige directeur, maar hij verloor het toch.

Hij had ondertussen zijn duiven al overgewend naar de Rozenstraat, toen we een woning toegewezen kregen in het Floradorp’, er zat niets anders op.
Voor die tijd, het jaar 1928, leek het of we in een villa kwamen wonen en ik kon mijn geluk niet op.
Hier in Noord was alles wat een jongen van twaalf en half jaar wilde hebben; een echte molen(de Krijtmolen) mooie landerijen, een Noord-Hollands Kanaal om in te zwemmen en het koeienland (gelegen tussen de Ribesstraat, Kamperfoelieweg, Kadoelenweg en Klaprozenweg) waar je heerlijk kon voetballen, want ik was één van de eerste aspiranten van “IJ Boys”. Mijn vader was niet zo gelukkig; hij mocht van Juffrouw Ronnen, die toen der tijd inspectrice van de Gemeente Woningdienst was over het Floradorp, geen duiven houden op straf van uitzetting, maar mijn vader had er genoeg van en zette een duivenhok neer. Daarna wenden zijn duiven, waarmee hij vele jaren generaal kampioen was van de postduivenvereniging “De vrije Vlucht” naar het hok in Noord. Toen Juffrouw Ronnen daarachter kwam, riep zij onmiddellijk de heer Keppler te hulp. Bij hem, die als eerste een duiven-Hok had neergezet in het Floradorp, kwamen zij kijken met de mededeling dat hij het zo snel mogelijk moest afbreken. Mijn vader protesteerde door te zeggen dat zij hem al zijn broodwinning hadden afgenomen en dat zij hem nu ook zijn liefhebberij wilden ontnemen. Dat ging hem absoluut te ver. Dat laatste begreep men bij de Woning- dienst en vanaf die tijd mocht men als duivenliefhebber zijn liefhebberij vrij uitleven. De vereniging “De IJ Post” werd op- gericht, die lokaal hield bij Veltmaat aan de Buiksloterdijk. Grote animator was de heer Braspenning, die ook bij “De Vrije Vlucht” een bestuurs- functie had.

2015-sept (12)
DOOR HET MULLE ZAND
Toen wij van de Jonkerstraat naar de Pirolastraat verhuisden, moesten we vanaf een paardenkar die niet verder kon dan de Sneeuwbalstraat onze huisboedel door het mulle zand heen naar de nieuwe woning brengen. Ik had net het Zevende Leerjaar afgemaakt, was nog geen dertien jaar en toen mijn vader de aanneem- stratenmakers Gebroeders de Wolf tegenkwam, vroeg hij of zijn zoon bij hen kon komen werken. Ja, dat ging stiekem, ik was nog geen veertien jaar en zo was mijn eerste baan stratenmakerhulp in het Floradorp.

Comments are closed.